
Antje Schreuder was het tweede kind van Casper Schreuder en Antje
IJserinkhuysen. Vader was houthandelaar en had verschillende houtmolens in zijn
bezit. ‘De Otter’ is nog de enige zaagmolen die wij heden ten dage nog kunnen
bewonderen. Antje deed de HBS. In 1907 overleed haar vader. Antje is dan 20 jaar. In 1910 begint ze met haat studie Biologie aan de Universiteit van Amsterdam. Ze krijgt onderricht van bekende wetenschappers zoals Hugo de Vries, Max Weber en de eerder genoemde Eugene Dubois. Drie jaar na de aanvang van haar studie overlijdt ook de moeder van Antje.
Vervelende klusjes
Dubois vraagt aan de Vries of die een student kent die voor hem vervelende klusjes kan doen, zoals het uitzoeken van de aard en het bepalen van de origine van de vondsten. Het was Antje die deze lastige en langdurende taak op zich heeft genomen en Dubois was uiteindelijk zo tevreden met haar resultaten dat hij haar daarna meteen een baan als assistent aanbood. Die Antje aannam. Vanaf dat moment doet Antje veel klussen voor hem, denk aan het voorbereiden en geven van colleges Mineralogie en Kristalogie, en het voorbereiden en begeleiden van practicum vakken. Hierdoor ontwikkelt ze een behendigheid en bekwaamheid die gecombineerd met haar plezier, humor en energie, vele studenten wist te
enthousiasmeren voor het vak.
Doctoraal, promotie en specialisatie
Ondertussen werkt Antje aan haar doctoraal. In 1923 slaagt ze voor haar doctoraal. Om zich verder te specialiseren volgt ze college in Groningen bij professor J.H.Bonnema. Op dinsdag 19 juni 1928 verdedigt Antje haar proefschrift voor de graad doctor in de wis- en natuurkunde. De titel van haar proefschrift is: Bijdrage tot de kennis van conodontes en trogontherium.
Na haar promotie specialiseert ze zich steeds meer in fossiele vertebralen in het
bijzonder zoogdieren.
Met collega’s uit Groot-Brittannië, Duitsland, Hongarije, Zwitserland en andere landen heeft ze geregeld contact. Ze doen een beroep op haar kennis en zenden haar monsters en materialen ter bevestiging of her-determinatie. Antje heeft ook
verschillende publicaties geschreven over haar vondsten in het Belgische Tegelen.
Zij is degene die de reuze bever heeft ontdekt.
Antje heeft een slechte gezondheid. Ze overlijdt in 1952. In een memoriam na haar overlijden wordt geschreven: "Haar geest zal blijven voort leven, zowel in gedachten van latere wetenschappers als in de kelder van het Zoölogisch Museum". Nike Liscaljet, een paleontologe van nu, schrijft in een ode voor het Amsterdam Museum over Antje Schreuder: "De reuzenbever, de Trogontherium, waarop u promoveerde is opnieuw een hot topic nu er meer vondsten gedaan zijn".
De werkgroep Pleistocene Zoogdieren stelde in 2023 een shortlist op van ijstijd
zoogdieren, die in ons land leefden. De uitgestorven dieren kregen elk hun
ambassadeur. Antje Schreuder werd postuum ambassadeur van de reuzenbever.”
Geen vergeten wetenschapster meer
Tijdens een wandeling over de begraafplaats Zorgvlied wees een vriendin mij op een graf. Naast het graf was een klein bordje met het verhaal van Antje Schreuder, haar beroep en dat ze internationale erkenning had tijdens haar leven. Thuis gekomen, keek ik op google en ik zag dat er maar weinig over Antje Schreuder te vinden was, zelfs geen Wikipedia van Antje. Een vergeten wetenschapster dus!!
Dat is inmiddels veranderd. Ze heeft nu dankzij De Zaak Muurbloem een Wikipagina, en er zijn twee odes geschreven over haar, ook een ode door ons. En tot slot heeft De Zaak Muurbloem samen met de leerlingen van het Huygenscollege een wandkleed gemaakt over Antje, dat heeft gehangen op de tentoonstelling 'Odes voor vrouwen van Amsterdam’ in het Amsterdam Museum.
Bijdrage van: De zaak muurbloem, Maria Dubbeldam
.jpg)